|
ORGANISATIES ZIJN STEEDS BELANGRIJKERE WAARDEDRAGERS. HET ID-MODEL GEEFT EEN BASIS VOOR CHRISTELIJK LEIDERSCHAP EN DE IDENTITEIT VAN ORGANISATIES: NAAR GODS BEELD.
De invloed van de kerk op het denken en het waardepatroon van mensen neemt steeds verder af. Het gezag van organisaties over het denken van individuele mensen wordt daarentegen almaar groter. Ook de roep om zingeving klinkt luider, zowel vanuit individuen als organisaties. Organisaties zijn voor veel mensen waardedragers geworden. Maar het ontbreekt ons aan een duidelijke en goede waardebasis. Veel oosterse filosofieën en uitgangspunten worden kritiekloos binnen diverse organisaties toegepast. Natuurlijk kunnen zij goede elementen bevatten en positieve effecten hebben. Maar zoals u begrijpen zult, geloven wij meer in christelijke waarden als basis. De kern van christelijke waarden is te vinden in de Bijbel en in de schepping. Door God te leren kennen, kunnen wij onszelf leren kennen zoals wij bedoeld zijn: naar zijn beeld. Van hieruit leggen wij voor ons ID-model een relatie naar organisaties, waarbij we organisaties zien als een (rechts-)persoon met een eigen identiteit, gedrag en verantwoordelijkheid. Het ID-model is gebaseerd op christelijke uitgangspunten, die doorvertaald zijn naar diverse persoonlijke en bedrijfskundige toepassingen.
ACHTERGROND VAN HET MODEL Mensen zijn volgens de Bijbel in de oorsprong naar Gods beeld geschapen: naar zijn beeld schiep Hij hen. Genesis 1:26-31: ‘God zei: “Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.” God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: “Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.” Ook zei God: “Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.” En zo gebeurde het. God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.’
Uit dit bijbelgedeelte blijkt dat God mensen veel verantwoordelijkheid heeft gegeven: zorgen voor zijn schepping, of ook wel ‘rentmeesterschap’. Maar wat betekent het om naar zijn beeld geschapen te zijn? Is dit naar hoe Hij eruitziet? Hoe Hij is? God heeft de mens ‘bijna goddelijk’ geschapen. Niet helemaal goddelijk dus, maar wel heeft Hij de mens veel mogelijkheden gegeven die iets van Hem laten zien (immers: naar zijn beeld). Op meerdere plekken in de Bijbel wordt de kern van de wet van God weergegeven. Hieruit kunnen we leren hoe mensen in elkaar zitten en hoe zij bedoeld zijn. Bijvoorbeeld in Marcus 12:29: ‘Jezus antwoordde: “Het voornaamste is: ‘Luister Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.’ Het op een na belangrijkste is dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’”’ Of in Lucas 10:27: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’
Uit deze teksten blijkt dat mensen de volgende universele eigenschappen bezitten en fundamentele doelen hebben:
Universele eigenschappen: - Hart
- Ziel
- Verstand
- Kracht
- Jezelf (als levend mens, relationele schepping)
Fundamentele doelen: - God en je naaste liefhebben als jezelf - Aarde beheersen en ‘vrucht’ dragen (Godsvrucht)
Christelijk identiteitsmodel (individueel niveau) Bovengenoemde eigenschappen en doelen hebben we in een ‘model’ geplaatst dat zich richt op individuele mensen. Daarmee vormt het de basis van ieder mens en vormt daarmee tevens de basis voor christelijk leiderschap.
Vanuit deze zeven eigenschappen draagt de mens de verantwoordelijkheid om te leven naar Gods beeld. Al de eigenschappen zijn gekoppeld aan de kleuren van de regenboog. God gaf de regenboog als teken nadat Noach de ark verlaten had. De regenboog is een teken van Gods verbond met alles wat op aarde leeft. We leven alleen bij de gratie van Gods verbond. Vanuit de kleurenleer weten we dat iets alleen kleur heeft als er licht op schijnt. Als er geen licht is (duisternis, zwart licht?), is er geen kleur te zien. Zo schijnt God met zijn licht op ons, Hij geeft ons kleur. Op deze manier mogen wij schitteren in deze wereld en zijn beeld laten zien.
ID-model (organisatieniveau) In dit artikel willen wij echter stilstaan bij de vraag hoe wij dit kunnen doorvertalen naar organisaties. Daarom hebben wij het ID-model doorvertaald naar een organisatiemodel. - Hart (= inspirerend, creatief) - Ziel (= integriteit, betrouwbaar) - Verstand (= integraal, beheersing) - Kracht (= initiërend, in beweging zetten) - God en je naaste liefhebben (= interactie) - Liefhebben als jezelf (= identiteit, wil, passie) - Aarde beheersen en ‘vrucht’ dragen (= impact, effecten)
Een onderneming heeft rechtspersoonlijkheid. Dat betekent dat een organisatie zelfstandig rechtsgeldige verbintenissen kan aangaan en dus verantwoordelijkheid draagt (rentmeesterschap). Deze rechtspersoonlijkheid is in eerste instantie een juridisch begrip. In de loop van de tijd is er binnen de bedrijfswetenschappen steeds meer oog gekomen voor hoe mensen binnen organisaties met elkaar omgaan, voor de gedeelde waarden en normen, de cultuur. Daarmee krijgt een organisatie een bepaalde eigenheid die kan worden onderscheiden van andere organisaties. Diverse auteurs hebben hierover geschreven, zoals Morgan (Images of Organizations), Peters en Waterman (In Search of Excellence) en vele anderen. In deze identiteit zit de eigen passie en intentie van een organisatie. In diverse literatuur (o.a. Good to Great van Jim Collins) wordt empirisch onderbouwd dat ondernemingen die hun kerncompetenties bouwen rondom de zaken waarvoor ze een passie ervaren ook succesvoller zijn. Een organisatie heeft dus een eigen identiteit, die vergeleken kan worden met de identiteit van mensen. Het brengt het levende karakter van organisaties tot uiting, hetgeen een voortdurende bron van verandering en ontwikkeling oplevert. Deze zeven elementen zijn steeds te onderscheiden binnen organisaties en spelen een samenhangende rol binnen organisaties, zowel op organisatieniveau, als op groepsniveau en individueel niveau. De elementen bieden een samenhangend kader voor organisaties en bepalen gezamenlijk de effectiviteit. Wij zullen het model hieronder toelichten.
Identiteit Het is belangrijk dat een organisatie zichzelf goed kent, weet wie zij is en waarom zij bestaat (intenties). Het waarderen en accepteren van de eigen identiteit is een belangrijke bron van kracht voor organisaties. Het voortdurend ontdekken en verder ontwikkelen van deze identiteit is van levensbelang voor elke organisatie. De identiteit (eigenheid) van een organisatie is een belangrijke bron voor succes van de organisatie, haar medewerkers en haar stakeholders. De combinatie van de identiteit en haar kernwaarden zorgt voor een sterke impact op de concurrentiekracht van een organisatie. Dit uit zich in de waarde die een organisatie toevoegt en in de diepgang van de onderlinge relaties van een organisatie, een groep of een individu. Wij kunnen identiteit vergelijken met de eigenheid of individualiteit van mensen. De kleur rood heeft betrekking op emoties, meningen en de irrationele aspecten. Aandacht voor de individuele mens, emoties, passie, intenties, intuïtie en vrije wil staan hierbij centraal.
Integriteit Integriteit is de basis is voor elke gezonde en succesvol functionerende organisatie. Integriteit (ethische waarden, betrouwbaarheid, transparantie en vertrouwen) vormt de basis voor duurzame ontwikkeling van organisaties. Integriteit in organisaties kan vergeleken worden met de ziel van mensen (op je ziel getrapt zijn, aangetast zijn in je integriteit). De lichtblauwe kleur (hemelsblauw) heeft betrekking op het zuivere, heldere en transparante, het (feilloze) gevoel voor waarheid en betrouwbaarheid. Ethische normen, aandacht en respect, zingeving en spiritualiteit zijn hierbij belangrijke onderwerpen.
Inspirerend Inspirerend staat voor ontwikkelen, voorstellingsvermogen gericht op het realiseren van creativiteit en innovativiteit en het enthousiasmeren en in beweging zetten van een organisatie. Kenmerkend voor succesvolle organisaties zijn inspiratie en voorstellingsvermogen. Dit uit zich in de creativiteit en innovativiteit van de organisatie. De basis voor inspiratie ligt in de mensen van de organisatie, het vermogen om steeds weer verwonderd te zijn over de mogelijkheden die er zijn om kansen te zien en te benutten en problemen op te lossen. Inspiratie in organisaties kan vergeleken worden met het hart van mensen, de creërende mogelijkheden van mensen (waar het hart vol van loopt). De gele kleur heeft betrekking op optimisme, hoop, een positieve manier van denken en staat voor creativiteit en innovativiteit. Inbreng van de ideeën en overtuigingen van verschillende mensen en het creëren van win-winsituaties zijn hierbij belangrijke onderwerpen.
Integraal
Een organisatie is een samenhangend geheel. Binnen organisaties moeten zaken met elkaar samenhangen; er vindt afstemming, bijsturing, beheersing en controle plaats. Samenhang, afstemming en beheersing van verschillende delen moeten in lijn zijn met de missie, visie en strategie van een organisatie. Verschillende onderdelen in een organisatie moeten tot op zekere hoogte met elkaar samenhangen, en goede samenhang en afstemming is een belangrijk element voor het succes van de organisatie. Integraal kan vergeleken worden met het verstand van mensen. De (donker)blauwe kleur (indigo) heeft betrekking op het rationele denken, de overkoepelende besturing, de sturende invloed van ontwerp, structuur en samenhang. Blauw staat voor een planmatige samenhangende aanpak volgens een rationeel proces.
Initiërend
Organisaties zetten ideeën om in concrete tastbare producten en resultaten. Er worden dingen gerealiseerd. Deze realisatiekracht is belangrijk om daadwerkelijk producten en diensten te kunnen leveren: de kracht om dingen tot stand te brengen, zaken te realiseren en kwaliteit in dienstverlening te bieden. Gezonde en succesvolle organisaties worden gekenmerkt door hun initiërend vermogen (het nemen van initiatief). Dit is voelbaar en waarneembaar in alle onderdelen van de organisatie. Dit betekent dat organisaties uit eigen kracht concreet invulling geven aan hun bestaansrecht en kwalitatief goede dienstverlening realiseren. Initiërend kan vergeleken worden met de kracht van mensen. De mogelijkheid van mensen om met inspanning tastbaar werk te verzetten (ga tot de mier en zie haar werk). De groene kleur heeft betrekking op het daadwerkelijk realiseren van tastbare producten, concreet werk. Leren door te doen.
Interactief
Organisaties staan in voortdurende wisselwerking met de omgeving en onderhouden diverse relaties met verschillende partijen. Een goede samenwerking en inbreng van andere organisaties en competenties is essentieel voor organisaties. Gezonde en succesvolle organisaties worden gekenmerkt door hun samenwerkingskracht (zowel intern als extern). Hierbij worden in een open dialoog door interactie met elkaar (klanten, leveranciers, aandeelhouders en andere stakeholders) positieve resultaten geboekt. Deze interactie zorgt voor duurzame samenwerkingsrelaties met duurzame resultaten. Interactie kan vergeleken worden met de behoefte van mensen aan contact met andere mensen en het feit dat mensen in relatie staan tot anderen. De kleur oranje heeft betrekking op gezelligheid, feest en staat voor de gerichtheid op anderen.
Impact Organisaties hebben resultaten en effecten die meetbaar en zichtbaar zijn. Een gezonde en succesvolle organisatie laat een duidelijk meetbare prestatie zien met positieve gevolgen voor al haar stakeholders. Deze zichtbare impact is van belang om van de resultaten te kunnen genieten (de resultaten van al je inspanningen te zien) en voor het evalueren om verbeteringen te realiseren. Hierbij gaat het niet alleen om financiële prestaties, maar om alle effecten van (de activiteiten) van de organisatie (o.a. maatschappelijk verantwoord ondernemen). Impact kan vergeleken worden met de gevolgen en effecten van het gedrag en handelen van mensen. De kleur paars (violet) kan geassocieerd worden met rijkdom, weelderigheid, genieten en rust. Onderwerpen als resultaatgerichtheid en het behalen van (positieve) resultaten en effecten zijn hierbij kenmerkend voor organisaties. De impact is het gevolg van het handelen van de organisatie en geeft de effecten van het rentmeesterschap weer: verantwoording afleggen over je handelen ten opzichte van onder andere: - leveranciers, concurrenten, klanten en andere stakeholders. Hoe ga je met hen om? Als middel om geld te verdienen of als medemens? - mensen: medewerkers en collega’s - financiën, winst, risico: het geld dat je beheert (hoeveel financiële risico’s neem je, hoe gebruik je het geld dat God je heeft toevertrouwd, of in een niet-christelijke context: dat de aandeelhouders je hebben toevertrouwd) - omgeving: de stad waar het kantoor of de fabriek staat - aarde, milieu: hoe milieuvriendelijk is de bedrijfsvoering?
Als je bij al de relaties en productiemiddelen ervan uitgaat dat je het beheert, dat het uiteindelijk het eigendom is van God, dan geeft dat veel richting aan de keuzes die je maakt of niet maakt.
TWEE CRUCIALE ASSEN Door het model lopen in elk geval de volgende twee cruciale assen: de verticale en de horizontale as. - Verticale as: dit betreft de besturings-as. Van onderaf wordt gestuurd vanuit integriteit (vertrouwen geven, eerlijk, betrouwbaar). Van bovenaf wordt gestuurd vanuit beheersing (governance, control, regels). - Horizontale as: dit betreft de ondernemer-as. Links gaat het om creativiteit en innovatie (ideeën, innovatie, productontwikkeling). Rechts gaat het om het realiseren, doen, tot stand brengen (praktisch doen, productieprocessen, opleveren).
Er zijn nog meer bijbelse en bedrijfskundige assen in het model te onderkennen. Op dit moment voert het te ver deze hier te beschrijven.
TOEPASSINGEN Het ID-model integreert verschillende invalshoeken en verbindt deze met elkaar. Invalshoeken zijn o.a.: - Waarde-invalshoek - Functionele invalshoek - Culturele invalshoek - Praktische invalshoek
Het ID-model sluit aan bij invloedrijke literatuur, onderzoekers en auteurs zoals Covey, Collins, Morgan, Peters, Waterman, Ofman, Kaplan, Cummings & Worley, De Caluwé, Gratton en vele anderen. Het ID-model kan op verschillende manieren worden toegepast:
Personen - Leiderschapsmodel, persoonlijke effectiviteit, persoonlijkheidstest, competentietest - Gedragsbeïnvloeding (trainingen, coaching op diverse aspecten) – Groepsrollen, teamsamenstelling en teamontwikkeling - Persoonlijke coaching
Organisaties - Leiderschap en ondernemerschap in organisaties - Instrument om missie, visie en koers te bepalen (profielbepaling) - Rentmeesterschap/duurzaamheid meten (diverse aspecten) - Quick scan voor organisaties (SWOT) - Diagnose-instrument (inzicht, oorzaken) - Interventie- en evaluatie-instrumenten (interventies om specifieke onderdelen te ontwikkelen)
In komende nummers van Leadership zullen wij ingaan op de verschillende onderdelen van het model en de praktische relevantie en toepassing van (de onderdelen) van het ID-model.
Drs. C.D. de Vries is oprichter en eigenaar van Intégrad organisatieadviseurs. Hij doet onderzoek binnen organisaties en begeleidt organisaties uit verschillende branches bij organisatieproblemen, veranderingen, programma’s en projecten. Dit vanuit een rol als adviseur, programmamanager of interim-manager. Ook geeft hij trainingen en treedt op als coach.
|