Editie 4  -  december 2011

2011-4-cover


Nieuwsbrief ontvangen?

Aanmelden nieuwsbrief
Maandelijks het laatste christelijke leiderschapsnieuws in uw inbox? Meld u hier aan!
E-mail is verplicht. Vul een geldig e-mailadres in.

Thema

Leiderschap algemeen
COACHEN OP VITALITEIT EN ZINGEVING
(0 stemmen, gemiddeld 0 van 5)
Gepubliceerd: vrijdag, 17 december 2010 09:53
Auteur: Bart Broekman   

 

VITALITEIT IS NIET AFHANKELIJK VAN DE OMSTANDIGHEDEN. SLEUTEL TOT HET GEHEIM IS ZINGEVING.

 

 

Vaak associëren wij vitaliteit met een fit lichaam en een gezond leven. Toch heeft vitaliteit niet alleen te maken met uiterlijke, zichtbare kenmerken. Ten diepste is het verbonden met zingeving. We hebben allemaal weleens de bekende vragen gehoord die hieraan gekoppeld zijn: ‘Waar kom ik vandaan?’, ‘Wie ben ik?’ en ‘Waar ga ik naartoe?’ Deze vragen zijn universeel en overstijgen volkeren en culturen. Ze gaan met ons mee van de wieg tot het graf. Het antwoord op deze zingevingsvragen is bepalend voor het feit hoe vitaal we in het leven staan.

Het thema ‘Vitaliteit en Zingeving’ heeft de laatste tijd veel aandacht in coachingsland. De vraag die mij vooral bezighoudt, is wat de Bijbel over deze zaken zegt en hoe bijbelse inzichten kunnen worden verbonden met de coachpraktijk. In dit artikel zal ik daarom enkele bijbelse lijnen trekken om van daaruit in te gaan op de praktische toepassing binnen het coachen.

 

Vitaliteit in gebrokenheid

Vitaliteit is een onderwerp dat regelmatig terugkeert in de media. Het uitstralen van kracht en energie is voor veel mensen belangrijk. Ik heb mij afgevraagd hoe vitaliteit zich verhoudt tot de bijbelse notie dat we leven in een gebroken wereld die wordt gekenmerkt door ziekte, pijn, lijden en de dood. De Bijbel spreekt veel over verdrukking en moeite. Vaak is dat de context waarin het christelijke leven wordt beschreven. Dat klinkt niet vitaal.

Ik kom net terug uit India, waar ik met Compassion een tiental ‘Child Development Projects’ heb bezocht. Voor mij persoonlijk was het bezoek aan India een ware cultuurschok. India is economisch gezien een behoorlijke grootmacht, maar daar valt op straat weinig van te merken. We verbleven in de stad Calcutta, een gebied groter dan de provincie Utrecht en bewoond door 11 miljoen mensen. Bijna overal waar je komt, hangt een geur die het midden houdt tussen een vuilnisbelt en een mortuarium. De armoede kent extreme vormen. Het sterftepercentage is zeer hoog. 75% van alle kinderen redt het niet tot hun zevende levensjaar. Hier is weinig vitaliteit te bespeuren. Mensen kijken veelal apathisch voor zich uit.

Op de eerste dag van mijn verblijf werd ik afgezet op straat om een gezin te bezoeken waarvan een kind deel uitmaakt van een Compassionproject. We moesten ongeveer driehonderd meter lopen om bij dit gezin te komen. Onderweg struikelde ik bijna over de kinderen die naakt, op een stuk doek, langs de kant van de weg lagen. In de goot waren mensen zich aan het wassen. Na tweehonderd meter kwamen we op een immens kerkhof dat er verwaarloosd bij lag. Ergens op dit kerkhof stond een kleine lemen hut van twee bij drie meter, waar een gezin van acht mensen in woonde. Een van hen was Bandana, een ‘Compassionkind’ dat we ’s ochtends nog op het project hadden gezien. Bandana krijgt twee keer per dag eten, kleding en onderwijs. Zijn ouders krijgen voorlichting over hygiëne. In de periode dat ze aan het Compassionproject zijn verbonden, horen ze ook de naam van Jezus. Via Bandana komt er ‘hoop’ het gezin binnen. Die hoop zie je ook duidelijk terug in Bandana. Zijn ogen stralen iets anders uit dan de meeste kinderen die je op straat ziet lopen.

 

Vitaliteit en identiteit

Dat brengt mij bij een tweede bijbelse notie. In Filippenzen 4:12-13 staat: ‘Ik weet wat het is om gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven. Ik heb alles aan den lijve ondervonden, overvloed en honger, rijkdom en gebrek. Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft.’

We kunnen hier twee zaken uit destilleren: [1] niet de omstandigheden zijn bepalend; [2] maar mijn relatie met de Heer is bepalend, Hij die mij levenskracht geeft in alle omstandigheden van het leven.

Ik wil graag twee beelden schetsen.

Stel je een jonge man voor. Hij heeft alles wat zijn hartje begeert: gezondheid, rijkdom, een mooie vrouw, vakanties. Het lijkt vitaal, maar de test komt bij tegenslag en moeite. Dan blijkt er soms van de vitaliteit weinig over te blijven.

Het andere beeld is die van een oude man met lichamelijke beperkingen. Hij heeft een kleine uitkering en kan zichzelf niet verzorgen. Van de buitenkant lijkt het ellende, maar schijn kan bedriegen… Hij straalt namelijk veel levenskracht uit.

Eén ding is duidelijk: vitaliteit is niet gebonden aan leeftijd en ook niet afhankelijk van omstandigheden. Het heeft te maken met iets wat heel diep van binnen zit. Niet een identiteit die is gebouwd op allerlei zaken om ons heen waar we zekerheden aan ontlenen, maar een identiteit die is verbonden met Hem die mij kracht geeft. Een identiteit die verbonden is met de Schepper van ons leven. Dat geeft inhoud aan de zingevingsvragen. Waar kom ik vandaan: ik ben zijn schepsel. Wie ben ik: ik ben een herschepping in Christus, ik ben een kind van God. Waar ga ik naartoe: Hij staat op mij te wachten, ik ben een hemelburger.

Ik ben zijn maaksel, een kind van God, hemelburger. Dat is de basis voor wat wij noemen: vitaliteit.

 

Wat maakt geloof vitaal?

De vraag is natuurlijk hoe zich dit gegeven vertaalt naar het dagelijks leven en de coachpraktijk. Voordat ik een aantal praktische handreikingen voor het coachproces geef, ga ik toch nog een keer inzoomen op het geestelijke aspect van vitaliteit, omdat we daarin principes en waarheden vinden voor de praktijk van het coachen.

Een vraag die ons daarbij kan helpen, is deze: hoe krijg ik en hoe behoud ik een vitaal geloof? Een geloof dat levend en krachtig en tegen alles bestand is. Ik ben erachter gekomen dat dit een geloof is waar je hard voor moet werken. Een vitaal geloof is niet vanzelfsprekend. Dat krijg je alleen als je bereid bent er echt voor te gaan en alles (op) te geven. In 1 Tessalonicenzen 1:2-3 staat: ‘Wij danken God altijd om u allen, wanneer wij u gedenken bij onze gebeden, onophoudelijk gedachtig aan het werk van uw geloof, de inspanning van uw liefde en de volharding van uw hoop op onze Here Jezus Christus voor het oog van onze God en Vader.’

Hier wordt gesproken over geloof, hoop en liefde. De werkwoorden die ervoor staan, laten zien dat daar inspanning voor nodig is, dat je ervoor moet werken en dat het zelfs volharding kost. Dit geloof, dat zelfs tot ver over de grenzen van de provincie bekend was en die ze met blijdschap hadden aangenomen in een tijd van verdrukking, kan alleen vitaal zijn door een volledige inspanning.

Je kunt het vergelijken met een vitaal lichaam. Als ik een gezond, krachtig en fit lichaam wil ontwikkelen, krijg ik dat niet zonder voldoende oefening. Ik zal voortdurend moeten trainen en daarin volharden, om mijn lichaam gezond te krijgen en te houden. Kijk maar eens naar 1 Timoteüs 4:7-8: ‘Oefen u in de godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst.’ Hier staat dat de oefening van het lichaam van weinig nut is. Ik wil dit niet bagatelliseren door te zeggen dat de oefening van het lichaam geen nut heeft. Absoluut wel. Maar het heeft ook haar beperking. De oefening van het lichaam betreft voornamelijk de buitenkant. De oefening van de godsvrucht werkt precies omgekeerd. De godsvrucht – de vruchten die voortkomen uit een levend geloof – is nuttig tot alles. Zij werkt van binnenuit en heeft invloed op de rest van ons leven (geest, ziel en lichaam).

Vanuit deze invalshoek geven we antwoord op de vraag: wat maakt het geloof vitaal? We hebben gezien dat je hier hard voor moet werken. Maar waar moet je dan vervolgens je energie op richten? Wat zijn de vitale kenmerken, de cruciale onderdelen die aangesproken moeten worden? Ik zal vier aspecten noemen die ons helpen een vitaal, levend, krachtig geloof te ontwikkelen. Wat er ook gebeurt! Daarna zal ik laten zien hoe deze vier aspecten onmisbaar zijn voor de coachpraktijk en hoe ze kunnen worden ingevoegd in de wijze waarop we coachen.

 

Vier kenmerken van geloofsvitaliteit

De juiste focus behouden. Het geloof kent vele standpunten. Er zijn veel verschillen in dogmatiek en beleving. Er is heel veel wat ons kan afhouden van de kern van het geloof. Soms raken mensen zover van de kerk verwijderd dat ze zelfs hun geloof verliezen. In het christelijk geloof is de kern waar alles om draait het kruis van Christus. Hier heeft Hij zijn werk volbracht en onze zonden weggedragen. Door zijn sterven en opstanding ontvangen wij redding en eeuwig leven. In het kruis wordt Gods liefde zichtbaar. Deze liefde is in onze harten uitgestort. Wij beschikken over een voortdurende bron van liefde en kracht, die ons leven niet alleen de moeite waard maakt, maar ook krachtig, vitaal. In het geloof kunnen we ons om heel veel dingen druk maken, maar als het hart van het geloof wordt weggerukt – het meest vitale onderdeel: de opstanding van Christus en het delen in zijn opstandingskracht, dan verdwijnt niet alleen de vitaliteit, maar met de vitaliteit ook de zingeving.

Daarom is het belangrijk de juiste focus te houden en te weten waar het werkelijk om gaat. Wat je passie is en je hoogste prioriteit in het leven. Waar je je aan vasthoudt, ongeacht wat er gebeurt. Als je blijft bij de bron, dan zul je je vitaliteit behouden.

Blijdschap ontwikkelen. Een tweede aspect die ons op het spoor houdt van een vitaal geloof is blijdschap. Als we de juiste focus blijven houden, dan is blijdschap, vreugde het gevolg. Kijk maar eens naar de tekst uit 1 Petrus 1:8: ‘Zonder Hem nu te zien, gelooft u in Hem en ervaart u een onuitsprekelijke, hemelse vreugde, omdat u het einddoel van uw geloof bereikt: uw redding.’
Het kennen van Christus en het weten wat Hij voor ons heeft volbracht, geeft een bovennatuurlijke, hemelse vreugde. Dat gaat zover dat zelfs in beproevingen, als de omstandigheden te zwaar lijken te worden, deze blijdschap ons helpt om vitaal te blijven in het geloof. Het tellen van je zegeningen en bedenken wat God voor je heeft bewerkstelligd en dat Hij nog steeds kan uitredden – daar dankbaar en blij voor zijn – geeft een krachtig en levend geloof.

Verbondenheid. Een derde vitaliteitskenmerk is verbonden met de bijbelse term ‘gemeenschap’ of ‘verbondenheid’. Ik kan het geloof niet in mijn eentje inhoud geven en beleven. Ik heb daar andere gelovigen voor nodig. Mijn geestelijke groei krijgt een geweldige impuls als ik mijn geloof en mijn geloofsleven kan delen met anderen. Niet alleen in geestelijk opzicht, maar ook praktisch: Jakobus 2:26: ‘Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is ook het geloof zonder daden dood’ (= niet vitaal).

Gods kracht in ons. Tot slot, naast [1] de juiste focus, [2] het creëren van vreugde en [3] het delen van je geloof is er tot slot [4] ‘de kracht van God’ die het geloof vitaal maakt en ons in staat stelt om zelfs ons leven te veranderen. Het is de kracht van de Heilige Geest die ons doet zeggen: ‘Wij zijn meer dan overwinnaars door Hem’ (Romeinen 8:37).

Het is zijn kracht in ons, die ons helpt om tegenslagen en moeiten te overwinnen en niet te vervallen in een slap of dood geloof, maar vitaal te blijven.

 

De vier P’s

Hiermee zijn vier kenmerken van een vitaal geloof genoemd. Wat betekent dit nu voor de coachpraktijk? Ik heb ontdekt dat deze kenmerken van doorslaggevend belang zijn bij het succesvol doorlopen van een coachproces.

Het is bekend dat vitale mensen creatiever, opgewekter, gezonder en stressbestendiger in het leven staan en uiteindelijk ook nog eens meer produceren dan de gemiddelde persoon. Paul Wormer beschrijft in zijn boek Vitaal werken, vitaal leven dat vitale mensen meer openstaan voor veranderingen. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het doen slagen van het coachproces (dat per definitie een veranderingsproces inhoudt). Met andere woorden, iemand die slecht scoort op vitaliteit, zal ook moeite hebben om een veranderingsproces in te gaan en dit af te maken. Het is dus van wezenlijk belang om voortdurend te kijken naar de vitaliteit van de coachee in relatie tot de verandering die hij zal moeten bewerkstelligen. Ik heb ontdekt dat het bijzonder veel helderheid en duidelijkheid geeft en een enorme boost aan het veranderingsproces van de coachee, als de juiste randvoorwaarden aanwezig zijn om te veranderen. Hiermee bedoel ik de factoren die vitaliteit bevorderen en de ‘slagingskans’ van een coachproces vergroten.

Deze factoren zijn identiek aan de kenmerken van een vitaal geloof: focus, blijdschap, verbondenheid en Gods kracht in ons. Gerard van Vliet schreef er diverse boeken over. Hij beschrijft de P-factor als een maatstaf om persoonlijke vitaliteit aan af te meten. De P-factor bestaat uit vier P’s die samen een optimale vitaliteit ondersteunen. Het gaat om, wat hij noemt: Passie – Plezier – Partner – Positieve kracht.

Als we goed kijken, zien we duidelijk raakvlakken met de vitaliteitskenmerken die we hebben gezien bij een levend geloof (zie figuur 1). Deze overlapping laat ons zien dat deze kenmerken te maken hebben met een universele waarheid die God in zijn schepping heeft gelegd en die we mogen gebruiken als een instrument in ‘levensveranderend coachen’.

 

De juiste focus behouden

Passie

Blijdschap ontwikkelen

Plezier

Verbondenheid

Partner

Gods kracht in ons

Positieve kracht


Passie

Passie heeft te maken met het eerste kenmerk van een vitaal geloof: de juiste focus behouden. Zes jaar geleden ben ik behoorlijk overspannen geweest. Dat had voornamelijk te maken met de grote verscheidenheid aan taken en verantwoordelijkheden. Ik deed zo veel verschillende dingen dat ik op een gegeven moment niet meer wist waar ik werkelijk goed in was. Ik had mijn focus verloren en met mijn focus verloor ik ook mijn passie. En met mijn passie verloor ik mijn vitaliteit.

Passie heeft volgens Gerard van Vliet te maken met ‘dat doen wat bij je past en waar je een twinkeling van in je ogen krijgt’. Passie heeft te maken met de focus die je legt op waar je goed in bent en waar je enthousiast over bent. Waar je energie uit haalt in plaats van eraan kwijt te raken. Passie heeft te maken met het hebben van een duidelijk doel en daar helemaal voor gaan.

Een van de manieren om dit handen en voeten te geven in een coachproces, is te werken volgens het GROW-model, ontwikkeld door John Whitmore. In deze benadering ligt de focus niet op de moeilijkheden, maar op de mogelijkheden. De G en de R in dit model staan voor Goal en Reality. In de meeste gevallen heeft een coachee de neiging om uitgebreid verslag te doen over de situatie waarin hij zich bevindt, wat hem parten speelt of wat hij lastig vindt. Mijn benadering is om hier niet direct in mee te gaan maar eerst de vraag te stellen: Wat zou je graag willen? Hoe ziet de ideale situatie eruit? Wat is je droom? Pas daarna ga ik terug naar de huidige situatie om die verder te analyseren met de coachee. Door te beginnen met het einde voor ogen en de coachee zicht te geven op zijn eindbestemming, zijn ideale situatie, wordt er weer iets van zijn passie zichtbaar. Er komt weer een twinkeling in zijn ogen.

Ook tijdens het coachtraject is het belangrijk om steeds weer te blijven focussen. Wat is het dat je uiteindelijk wilt bereiken? Wat geeft je in deze situatie vooral kracht en energie? Hoe kun je die kracht en energie gebruiken om bij je doel te komen? Kijk ondertussen goed naar de reacties van de coachee. Let er vooral op of iemand praat met een twinkeling in zijn ogen of juist niet. Ga daarop in en maak het bespreekbaar. Ga na of iemand zich echt verantwoordelijk voelt voor de volgende stap die genomen moet worden. Is hij werkelijk gemotiveerd om door te gaan, ook als het even tegenzit? Aan dit soort zaken herken je het vitaliteitkenmerk ‘passie’ en weet je in hoeverre het nodig is om samen met de coachee opnieuw te focussen, het eind voor ogen te houden, z’n passie aan te wakkeren en daarmee het coachproces gaande te houden.

Maar ik wil nog een laag dieper gaan, naar het niveau van identiteit en missie. De wetenschap dat ik erkend en aanvaard ben door God. Het feit dat ik zijn geliefd kind mag zijn, niet om wat ik doe, maar om wie ik ben. En het gegeven dat Hij een plan heeft met mijn leven, sluit niet alleen aan bij de passie die ik in mijn dagelijks leven mag ervaren, maar het heeft uiteindelijk tot doel dat ik iets groters en beters mag bewerkstelligen dan ik zelf ooit voor mogelijk had gehouden. Ik noem dat: het ‘hogere doel’. Want op het moment dat je gaat beseffen wie je voor Hem mag zijn en hoe Hij jou wil gebruiken op je werkplek of in de gemeente – en daar waar je functioneert –, komt de dimensie van zingeving volop in beeld. Zicht krijgen op zijn bedoeling met jouw bestaan geeft een enorme drive aan wat voor doelstelling je hier op aarde ook maar kunt bedenken. Daarom mogen ook dit soort coachvragen aan bod komen: Heb je een idee wat Gods gedachten hierover zijn? Wat zou Hij jou in deze situatie willen leren? Wat kan het geestelijk doel zijn dat hieraan is verbonden? Wat is zijn plan met jouw leven en past je huidige doelstelling daarin? Welke kwaliteiten heeft Hij jou gegeven en benut je zijn gaven ten volle?

Zomaar wat coachvragen die een bijzondere betekenis en meerwaarde geven aan het element van de passie. Maar dat niet alleen, door af te dalen naar het niveau van de identiteit en de missie wordt er een verandering bewerkstelligd die veel dieper gaat en nog duurzamer is. De Bijbel noemt dat transformatie: een verandering die beantwoordt aan het doel dat God met jouw leven heeft.

In het verlengde hiervan wil ik graag nog de auteur Daniël Pink aanhalen (zie elders in dit nummer van Leadership), die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar intrinsieke motivatie: wat zet mensen van binnenuit in beweging? Hij constateert dat er een geweldige aardverschuiving plaatsvindt in de wijze waarop organisaties en bedrijven hun doelstellingen realiseren. Hij neemt waar dat, deels dankzij de opkomende golf van babyboomers die zich nu bewust worden van hun eigen sterfelijkheid, er een enorme behoefte ontstaat om dat wat we doen in dienst te stellen van iets wat groter is dan wijzelf. Dat resulteert in een snelle groei van organisaties en bedrijven die de winst niet primair voor het eigenbelang gebruiken, maar om iets na te laten waar de wereld beter van wordt. Het blijkt dat werknemers die deel uitmaken van zo’n organisatie, een bijzondere passie ontwikkelen en een bovengemiddelde vitaliteit en zingevingsbewustzijn vertegenwoordigen.

 

Plezier

De tweede P die nauw verbonden is met passie, is de P van plezier. Wij hebben dat ‘blijdschap’ genoemd. Het heeft ergens te maken met die twinkeling in de ogen. Coachvragen die hieraan appelleren, zijn bijvoorbeeld: Wat maakt jou blij in deze situatie? Kun je ook genieten van wat je doet? Sta je voldoende stil om momenten van overwinningen te vieren? Kun je aan het eind van de dag een paar zaken noemen waar je tevreden over bent? Heb je voldoende momenten van ontspanning? Kun je ook lachen om de fouten van anderen of van jezelf? Waar werd je vroeger blij van en heeft dat nog een plaats in je leven nu? Wat zou je aan deze situatie kunnen doen om meer plezier te krijgen?

Een van mijn vaste vragen is: waar word je gelukkig van? Deze vraag kan variëren al naar gelang de situatie, maar het antwoord zal absoluut onderdeel gaan uitmaken van het oplossingstraject of de actiestrategie die de coachee gaat kiezen. Als ik dat niet bewust doe, dan weet ik dat de kans van slagen van het coachproces wordt verkleind.

 

Partner

De derde P staat voor Partner. In het bestuderen van een vitaal geloof hebben we dit genoemd ‘verbondenheid’ of ‘delen van het geloof’, waarbij we constateerden dat we elkaar nodig hebben om de passie en het plezier brandende te houden.

Een belangrijk aspect binnen het coachtraject is dat de coachee niet afhankelijk van de coach gaat worden. De coach is niet zijn partner, op wie de coachee in zijn leven kan terugvallen. Daarom is het belangrijk om uit te zoeken wie dat wel kan zijn in het leven van de coachee.

 

Mijn leven krijgt betekenis als ik weet dat ik onderdeel uitmaak van een groter geheel, dat ik verbonden ben met anderen, dat ik mag meedoen, dat ik erbij hoor. Ik heb de ander nodig om te groeien en te veranderen. Dat is ook hoe God ons heeft geformeerd. We kunnen niet zonder een partner, zonder relaties. We ontlenen kracht aan de ander die naast ons staat. Het ontbreken van een partner heeft een desastreuze invloed op onze vitaliteit en op ons vermogen om door te zetten, ook als het moeilijk wordt.

Voor het coachproces zijn daarom de volgende coachvragen van belang en is het belangrijk deze in een zo vroeg mogelijk stadium te stellen, zodat de antwoorden kunnen worden meegenomen en meegewogen in het coachproces: Word je gesteund door anderen als het weleens moeilijk gaat of ben je geneigd alles zelf op te lossen? Weten mensen jou te vinden als het moeilijk wordt of kijk je liever toe? Kun je met anderen over jouw situatie spreken en vind je dat de moeite waard? Als je ergens enthousiast over bent of voor een uitdaging staat, praat je daar met anderen over? Heb je een goede balans gevonden tussen werk en privé en wat heeft meestal voorrang?

 

Positieve kracht

Ik eindig dit artikel met het kenmerk van de ‘positieve kracht’. Een veranderingsproces heeft altijd een begin en een eind. Als een coachee aan het begin van het proces weet te benoemen waar hij naartoe wil gaan, wat zijn doel of droom is, is er vaak nog sprake van enthousiasme. En als de finish in zicht is, ontstaat er euforie. Dat geeft soms extra kracht voor een eindsprint. Het is vooral de periode tussen start en finish dat een coachee aan kracht kan verliezen. Dan slaat soms de ontmoediging en de teleurstelling toe, de vermoeidheid en de twijfel: ‘Doe ik het wel goed?’ In deze fase is het belangrijk dat een coachee de kracht heeft om tegenslagen te overwinnen en dwars door barrières heen te breken om toch zijn doel te bereiken.

Het blijkt dat vitale mensen een eigenschap hebben die hen helpt moeilijkheden te overwinnen. Op de een of andere manier lukt het hun altijd weer om niet bij de pakken neer te zitten, maar energie te vinden om door te gaan. Kenmerkend is het feit dat deze mensen meestal niet spreken over problemen, maar over uitdagingen. Frustraties krijgen moeilijk vat op hun leven en hun glas is altijd half vol in plaats van half leeg. Dat heeft te maken met ‘positieve kracht’, het vermogen om op een andere manier naar de situatie te kijken. Niet door een bril van negativiteit of door zelfopgeworpen belemmeringen, maar door een bril van mogelijkheden en kansen.

Het doet mij denken aan de persoon van Barnabas, die in Handelingen 11 door de apostelen wordt uitgezonden naar Antiochië om te zien wat daar aan de hand is. Het is een periode van hevige christenvervolging. Er is geen gezin dat niet iemand kent die opgesloten of vermoord is vanwege zijn christen-zijn. Het is een periode van extreme verdrukking en vervolging. Het is bijzonder om te lezen in Handelingen 11:23 dat als Barnabas in Antiochië komt, hij ‘de genade Gods’ ziet. Dwars door alle moeite en verdriet heen, ziet hij wat God in zijn goedgunstigheid had bewerkt. Barnabas is in staat om te kijken naar de situatie zoals God die ziet.

De hamvraag is natuurlijk waar de coachee staat in dit spectrum van kijken door je eigen beperkte bril of kijken door Gods bril. Kijken we door een bril van negativiteit of door een bril van kansen en mogelijkheden? Ons doel is om de coachee te helpen hier zicht op te krijgen.

 

Tijdens een coachproces krijgt een coachee altijd te maken met nieuwe situaties, nieuwe doelstellingen, een andere manier van reageren, enzovoort. Om de coachee voor te bereiden op de nieuwe situatie die gaat komen, onderzoek ik altijd met hem of er mogelijke hindernissen zijn waar hij onderweg tegen op zou kunnen lopen; welke moeilijkheden er zouden kunnen ontstaan; hoe mensen zouden kunnen reageren. Uit de antwoorden kunnen we opmaken welke bril de coachee opheeft, welke denkbeelden er bij hem aanwezig zijn, welke natuurlijke reacties of welke overtuigingen hem eventueel zouden kunnen belemmeren om hindernissen te overwinnen. Beschikt hij over deze positieve kracht of zal hij geholpen moeten worden in het vinden van mogelijkheden om tegenslagen en angsten te overwinnen?

Ik vind het geweldig dat wij als christencoaches hierin een belangrijke rol mogen vervullen en de coachee – als hij een christen is – mogen helpen zijn kracht, zijn moed en zijn manier van kijken naar de situatie, te ontlenen aan Hem die bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij kunnen bidden of beseffen (Efeziërs 3:20).

Ik weet dat Gods kracht zichtbaar wordt in mijn zwakheid. Dat betekent dat ik eerst mijn zwakheden en mijn tekortkomingen onder ogen moet zien en moet erkennen dat ik het zelf niet kan. Pas dan komt er ruimte voor zijn kracht. Vitale mensen weten op tijd te stoppen met strijden en vechten. Vitale mensen weten wanneer het tijd is om dingen los te laten, te laten gaan. Vitale mensen doen op tijd een beroep op hun krachtbron. Vitale mensen nemen de tijd voor rust, om op te laden en – in ons geval – af te stemmen op hun Schepper en Maker.

 

Mensen als Bandana

Deze vier voorwaarden voor vitaliteit zijn niet alleen een handig instrument om de vitaliteit van een coachee te meten, ze helpen ons ook – zeker als het wordt toegepast op het niveau van identiteit en missie (het hogere doel) en geworteld is in de kracht die voortkomt uit de verbondenheid met God en andere mensen – om ons op een diepgaande wijze te transformeren tot vitale mensen, mensen zoals God heeft bedoeld.

Die jongen uit India, die leeft bij zijn ouders op het kerkhof, speelt tussen de open graven en slaapt onder een doek in de openlucht, hij heeft zijn passie gevonden. Op mijn vraag wat zijn droom is, antwoordde hij: “Ik wil dokter worden, ik wil mensen beter maken.” En hij heeft zijn zinnen erop gezet. Hij is de beste leerling van school en hij geniet daarvan. Hij heeft er plezier in. Zijn ogen stralen als hij vertelt dat hij zijn ouders en broer onderwijst wat hij op school heeft geleerd. Het is niet gemakkelijk, maar Bandana houdt vol omdat hij mensen om zich heen heeft met wie hij zijn zorgen kan delen en die hem bemoedigen. Bandana weet dat het leven niet voor niets is. Hij is uitverkoren om zijn ouders nieuwe hoop te geven. En dat geeft hem doorzettingsvermogen. Ik mocht Bandana de handen opleggen en hem kracht van God toebidden. Toen ik mijn ogen opende, zag ik geen armoede, geen verval, geen troosteloze ellende. Ik zag een jongen, vitaal en krachtig, bereid om alles te geven om zijn missie waar te maken.

In wezen zijn wij allemaal kleine Bandana’s. Het verschil zit niet in de omstandigheden. Bij vitaliteit en zingeving gaat het dieper dan de omstandigheden. Wij hebben dezelfde noden en behoeften als Bandana. We hebben Gods kracht nodig, passie en plezier, mensen met wie we ons leven mogen delen. Wat een genade dat God ons zo veel ter beschikking heeft gesteld om ons leven vitaal en zinvol te laten zijn. En wat een voorrecht dat wij door Hem als coach worden ingeschakeld om hier een bijdrage aan te leveren.

Bewerking van de toespraak van Bart Broekman, gehouden op het Nationale Coachseminar 2010.
Voor meer info zie: www.coachseminar.nl.

 

 

 

 
Log in of registreer om een reactie te plaatsen