ThemaLeiderschap in de kerk |
| De impact van conflicten op de leider |
| Gepubliceerd: maandag, 20 september 2010 11:55 |
| Laatst gewijzigd: maandag, 20 september 2010 11:57 |
| Auteur: Jan van Langevelde |
|
Elke leider krijgt ermee te maken: spanningen en conflicten. Wegduiken of aanpakken? Ds. Jan van Langevelde beschrijft zijn aanpak. Een van vallen en opstaan.
Toen ik net predikant was, kreeg ik een conflict met een vrouw uit de gemeente. Zij kon niet accepteren dat zij met mijn komst haar prominente plek in het pastoraat kwijtraakte. Of moet ik zeggen: ik heb onvoldoende recht gedaan aan het feit dat zij in de vacante jaren met veel toewijding goed werk had gedaan en daarvoor terecht waardering verdiend had? Het conflict heeft veel impact op mij gehad. Maandenlang voelde ik ’s zondags spanning wanneer ik de kerkzaal binnenkwam: zit ze er wel of niet? Ook had ik angst voor polarisatie, groepsvorming en verlies van trouwe leden. Daarnaast was ik boos. Ik voelde mij namelijk in mijn integriteit aangetast. Ik had behoefte aan steun en blijken van loyaliteit vanuit de kerkenraad. En – om nog één ding te noemen – ook kende ik een verlies van een stuk naïef vertrouwen dat christelijke liefde en vergevingsgezindheid geschonden verhoudingen binnen de gemeente kunnen herstellen. De vrouw is lid geworden van een andere gemeente in het dorp...
In de zeven parakerkelijke organisaties waarin ik de afgelopen jaren bestuurlijk actief ben geweest, heb ik meer dan een handvol serieuze arbeidsconflicten meegemaakt. Spanningen tussen mt en bestuur, ernstig verstoorde verhoudingen tussen werkers onderling. Gevolg is dat ik niet meer onbevangen inga op verzoeken een bestuursfunctie aan te nemen. Grote kans namelijk dat na de hartelijke begroeting in de eerste vergadering de rest van de tijd besteed moet worden aan de onbetaalde rekeningen van de organisatie. In tweeëntwintig jaar predikantschap heb ik moeten leren hoe ik in de publieke functie die ik heb, de ups en downs in mijn privéleven een plek geef. Roddel, dubbelhartigheid, jaloezie en uitsluiting hebben me meer eelt op mijn ziel gegeven dan mij lief is. In de sturende rol die ik nu in de CGK Zwolle heb, is het managen van conflicten niet een toevallig bijproduct, maar een structureel onderdeel van mijn taak. Wekelijks vraagt dit tijd van mij. De voortdurende confrontatie met ongeestelijke, kleinmenselijke en zondige trekken dwingt mij telkens om de motivatie te putten uit het feit dat God mij roept om dit werk te doen.
Welke impact hebben spannende situaties op de leidinggevende zelf? Dát er veel dingen in de gemeente en in christelijke organisaties gebeuren die spanning geven, is een verdrietig feit. Aan ons nu de vraag hoe wij hiermee omgaan. Onze rol en verantwoordelijkheid als leider vragen een eigen vaardigheid om je op een goede manier tot spanningen en conflictsituaties te verhouden. Dit is van belang voor een goede bijdrage aan het – zo mogelijk – wegnemen van de spanning of het oplossen van het conflict. Goed en wijs beleid, een juiste manier van leidinggeven en een passende persoonlijke bijdrage zijn dan van groot belang. Het kan brokken voorkomen, de schade beperken en bijdragen aan heling van geschonden verhoudingen. De juiste vaardigheid om je op een goede manier tot conflictsituaties te verhouden is ook van vitaal belang voor je eigen (geestelijke) welbevinden. Een conflict of spanningsvolle situatie in je werk doet immers ook iets met jezelf. Het kan gemakkelijk zo veel stukmaken, dat je met het litteken van een verlieservaring verder moet. Een goede leider herken je ook aan het vermogen om zelf bij spanningen en conflictsituaties op de been te blijven en de juiste gezindheid te bewaren. Ook zal hij blijven opkomen voor het krachtige appèl dat van het Evangelie uitgaat en de zegen van het herstelwerk van de Heilige Geest.
In de voorbeelden die ik zojuist noemde, heb ik verwoord wat ze met mij hebben gedaan. Die punten en nog een aantal andere wil ik graag verder uitwerken en daarbij aangeven hoe ik er zelf mee omga.
Bij spanningen en conflicten voel ik dat mijn integriteit in het geding is. En ik wil heel graag dat mensen mij daarin niet beschadigen, want ik ben daar ongelooflijk gevoelig voor. Ik zeg dit ook tegen hen. Dit om aan te geven dat zij maar niet van alles kunnen suggereren, zeggen en schrijven. Tegelijk maakt mijn gevoel van kwetsbaarheid op dit punt duidelijk hoe belangrijk het is dát ik goed doorheb waarin mijn integriteit bestaat en dat ik ook daadwerkelijk van daaruit handel. Als voorbeeld noem ik het kunnen omgaan met vertrouwelijke boodschappen. Kunnen zwijgen hoort bij mijn werk. De gerustheid dat ik dat ook daadwerkelijk doe, geeft mensen de vrijmoedigheid zich kwetsbaar te maken in een gesprek met mij. De aantijging dat ik dingen doorvertel, is dus funest voor mijn rol als pastor.
Een tweede punt is dat het gevaar op de loer ligt dat ik te luchtig omga met de impact die het heeft. Ik bedoel dit: als je jarenlang predikant bent in een grote gemeente, heb je in je werk wel zo’n beetje alles meegemaakt wat deze gebroken samenleving kenmerkt. Van doodslag tot en met kindermisbruik, van oplichting tot en met zich ophangen in de schuur en van partnerruil tot en met abortus. Allemaal situaties die bij het openbaar worden veel impact hebben en een explosieve situatie veroorzaken. Ik merk echter, dat ik soms niet meer zo alert wil reageren als de brandweer bij een brandmelding. Te veel gezien en gehoord hebben en weten welke patronen zich in de verwrongen situaties standaard af zullen tekenen, maken mij naast wijzer ook minder ontvankelijk. Ik moet er soms voor oppassen dat ik naar pastoranten niet word zoals de hulpverlener, die tussen vrijdagmiddag en maandagmorgen voor een crisis niet bereikbaar is. Als je vanwege je werk veel spanningen en conflicten meemaakt, moet je waken voor een dikke huid, een gespeelde emotie en een gevoel van gelatenheid. Een beroepshouding is goed, maar als het oprechte medemenselijke trekje en gevoel van bewogenheid geen ruimte meer krijgen, ben je te ver van huis. Om hier alert op te blijven, werk ik in kaderrollen graag samen met jonge mensen. Die zijn emotioneler, meer primair in hun reactie, gretiger om er direct op af te gaan en ze hebben meer geestelijke conditie om nog een mijl extra te gaan om de oplossing te zoeken.
Een derde punt is dat ik merk dat ik gevoelig ben voor persoonlijke voorkeuren en bestaande loyaliteiten. Het vraagt veel van je in je rol als leider om objectief te blijven en niet toe te geven aan de verleiding van vriendjespolitiek. Ook moet ik alle zeilen bijzetten om me op de zaak te concentreren als een partij in het conflict een onaangename uitstraling heeft. Ik vind het vervelend wanneer de dader soms meer sympathie bij mij losmaakt dan het slachtoffer. Ik moet er dus heel goed voor oppassen zuiver te blijven in het samen zoeken naar de oplossing. Heel kwetsbaar wordt het, als bij een conflict een van beide partijen een belangrijke positie binnen de gemeente of de organisatie inneemt. Want dan moet ik bij de eerlijke beoordeling ook nog bereid zijn om de prijs te betalen dat zo iemand met veel tam-tam z’n functie neerlegt en ik een dragende kracht in het werk kwijt ben. Je onafhankelijkheid prijsgeven vanwege eigenbelang is een serieuze valkuil. Het is daarom dus ook een kunst apart om diepe vriendschappen in de gemeente te hebben.
Ook merk ik steeds vaker dat ik, voordat ik mij met het conflict inlaat, een soort inschatting probeer te maken wat het kost en oplevert. Ik bedoel dit: er zijn spanningen en conflicten waar ik vroeger op af zou zijn gegaan maar waarvan ik nu denk: ‘laat maar’. Niet omdat het mij niet raakt, maar omdat ik me niet meer zo’n zorgen maak over de impact ervan. Of omdat ik het gemakkelijker op het bordje van anderen kan laten liggen. Of omdat ik van mening ben dat ik mijn kostbare tijd beter aan andere dingen kan besteden. Ik merk dat hier de macht van het getal wel een grote rol speelt. Toen ik predikant was in een gemeente van nauwelijks honderd leden was ik véél gevoeliger voor spanningen en conflicten tussen gemeenteleden dan nu ik werk in een gemeente van drieduizend leden. Een kleine gemeente is natuurlijk veel kwetsbaarder als zich een conflict voordoet. Als het gevolg ervan is dat drie gezinnen afhaken, voelt dat als een groot verlies. In een grote gemeente merkt het overgrote deel van de leden zo’n ruzie en vertrek niet eens op. Maar iets daarvan werkt dus ook door in de manier waarop ik mij tot de spanning of het conflict verhoud. Ik ga er laconieker mee om. En dat is niet helemaal zuiver, want voor de betrokkenen is het natuurlijk even pijnlijk en verdrietig. In ditzelfde verband registreer ik bij mezelf dat ik duidelijker de gezinsbelangen mee laat wegen als ik bij een conflict betrokken word. Er zijn in het conflict altijd crisismomenten die qua timing voor het gezin heel beroerd uitkomen. Vroeger gaf ik vaker en sneller toe om het werk voorrang te geven dan nu. Ik mag mezelf en mijn gezin beschermen, maar ik mag mij niet aan mijn verantwoordelijkheid die het werk met zich meebrengt, onttrekken. Een moeilijk oplosbaar spanningsveld, vind ik. Een soort kosten-batenanalyse bij spanningen en conflicten maak ik ook als het om de aanleiding gaat. Om een voorbeeld te noemen: voor de oplossing van een conflict dat gaat over iets wat zich in de marge van de visie en missie van een gemeente bevindt, kom ik mijn bed niet meer eerder uit. Door boze oudere gemeenteleden die blazen over een jeugdactiviteit laat ik me niet meer uit het veld slaan. Hier voel ik niet alleen de dikke huid, maar besef ik ook dat dit hoort bij doelgericht leidinggeven. Ik kan zulke uitingen van onvrede gemakkelijker relativeren. Vroeger ergerde ik me daar veel meer aan, omdat ik vond dat ze stoorzenders waren bij de beweging, het proces van de gemeente. Ik lig daarom ook niet meer wakker van een boze brief waarin iemand de koers van de gemeente naar mij toe op de man speelt. Ik heb mij verzoend met de functie van kop van jut zijn omdat ik leiding geef. Ik kan spanningen en conflicten gemakkelijker op veilige afstand van mijn hart en ziel houden, omdat ik ze meer functioneel benader.
Bij spanningen en conflictsituaties zoek ik wel altijd naar de aspecten van geestelijke strijd die erin zitten. Het moment waarop de spanningen toenemen, de mensen die bij het conflict betrokken zijn, de activiteiten die op het spel komen te staan: allemaal kunnen ze het voertuig zijn van de duivel die een mooi plan wil verzieken of iets goeds probeert af te breken. Ik vind het fair om ook deze component erin te zoeken en aan te wijzen, zonder daarmee de duivel de schuld in de schoenen te schuiven en de betrokken mensen te verontschuldigen. Tegelijk besef ik maar al te goed dat het veel wijsheid en goed geestelijk onderscheidingsvermogen vraagt om tot een zuivere duiding van de spanning of het conflict te komen. Je wilt immers voorkomen dat je te gretig de zwartepiet naar de verkeerde kant uitdeelt en jezelf vrijpleit. Voor mijzelf is het betrokken zijn bij een conflict wel echt nadrukkelijk verbonden met mijn relatie tot God. Ik moet er alles aan doen om mijn hart vrij te houden van wrok en haatgevoelens, van een verkeerde boosheid. Ik moet ’s zondags vrij en voor de Geest bruikbaar op de preekstoel kunnen staan om het Woord door te geven en te bidden. In die zin merk ik dat spanningen en conflicten heel gevoelige stoorzenders zijn voor dát stuk van mijn bediening. Een enkele keer kan dat gevoel zelfs zó massief zijn, dat ik wenste dat ik een ander beroep had gekozen. En in het uitzonderlijke geval voel ik mij zó teleurgesteld over de kleinmenselijkheid die op christelijk erf zich zo groot en breed kan maken, dat ik overweeg om wel in God maar zonder de kerk te blijven geloven. Omdat ik al wat langer meeloop, zie ik dat spanningen en conflicten gek genoeg ook een zuiverende werking kunnen hebben voor de gemeenschap waarin ze zich voordoen. Soms zijn ze achteraf te duiden als de noodzakelijke weeën die voor het geboorteproces onmisbaar waren, of blijken ze de groeipijn te zijn geweest in het proces van geestelijke groei naar volwassenheid. Ook met die kennis lukt het mij beter het bestaan en de inhoud van sommige conflicten te duiden en te relativeren.
Bij de voorbereiding van dit verhaal realiseerde ik me dat ik vroeger een sterkere neiging had met een boog om spanningen en conflicten heen te lopen dan nu. Dit heeft ongetwijfeld te maken met toegenomen levenservaring en daaraan verbonden een andere ‘erkenning’ van je rol en functie in de conflictsituatie. Toch blijft het ook nu nog een risico dat ik bij de invulling van mijn agenda sommige bezoeken nog even voor mij uit schuif. Gewoon, omdat ik er geen zin in heb om weer met die narigheid opgezadeld te worden of omdat ik merk dat ik nog te weinig zicht heb op de oplossingsrichting of onvoldoende vertrouwen heb in de bereidheid van de partijen om serieus voor een oplossing te gaan. Conflicten hebben mij in al die jaren wel duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is dat de kracht van Gods genade en de helende werking van de Heilige Geest de basis vormen om met elkaar een oplossing te zoeken. Ik zal daarom ook nagenoeg altijd ergens in het gesprek voorstellen om met elkaar te bidden. Gebed heeft een eigen functie bij spanningen en conflictsituaties. Langs de weg van het gebed wordt de drie-enige God deelgenoot gemaakt van het probleem dat speelt, en voelen de betrokkenen in de meeste gevallen wel aan dat ze zich met de gekozen opstelling en houding tegenover God moeten kunnen verantwoorden. Gebed maakt harde mensen kwetsbaarder, verbitterde mensen milder, veelpraters doet het luisteren en het zorgt ervoor dat beschuldigende vingers ook in de eigen richting wijzen.
Door het delen van mijn persoonlijke bevindingen probeer ik duidelijk te maken welke impact spanningsvolle situaties op de leider zelf hebben. Ik heb getracht een aantal persoonlijke emoties, mechanismen en aan te leren vaardigheden te beschrijven. Dat is bij lange na niet uitputtend gebeurd. Maar in mijn dagelijkse werk als voorganger die in een rol van leiderschap zit, zijn dit voor míj de meest in het oog springende gebleken. Eerlijk gezegd ben ik blij dat ik hiervoor bij mijzelf te rade moest gaan. Het concrete besef dat bij spanningen en conflicten een breed scala aan aspecten een rol speelt, heeft mij geholpen om me er nog beter, evenwichtiger toe te verhouden. Wat wij allen nodig hebben, is oprechtheid, wijsheid, mildheid, geestelijke spankracht en beslistheid om in ons werk met spanningen en conflicten om te kunnen gaan.
Dit artikel is een bewerking van de lezing die ds. Van Langevelde gaf op het EA-symposium ‘Als het spannend wordt...’ (04 september 2009 in Utrecht).
|
